Gezondheidsverklaring voor meer gezonde levensjaren
De Patiëntenfederatie Nederland heeft op 26 november samen met 57 andere organisaties een Gezondheidsverklaring ondertekend. Daarin staat de duidelijke ambitie: “In 2040 willen we dat iedereen méér jaren in goede gezondheid en met een betere kwaliteit van leven kan doorbrengen!” Deze verklaring is onder meer gericht aan de landelijke politiek.

Als lid van de Patiëntenfederatie ondersteunt ook het Nationaal MS Fonds deze oproep indirect. De verklaring is ook ondertekend door MS Vereniging Nederland en Stichting MS Research. Aanleiding voor de Gezondheidsverklaring is onderzoek van Ipsos I&O, waaruit blijkt dat driekwart van de Nederlanders (75%) vindt dat gezondheid en veel meer prioriteit moet krijgen.
De betrokken organisaties benadrukken dat gezondheid een belangrijk speerpunt moet zijn voor een nieuw kabinet. Ze wijzen erop dat meer ziektejaren niet alleen belastend zijn voor de persoon zelf, maar ook de samenleving als geheel raken. Gezondheidseconoom en initiatiefnemer van de Gezondheidsverklaring Jochen Mierau, verbonden aan het Universitair Medisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen, zegt dat gezondheid nog te vaak wordt gezien als een kostenpost. Volgens hem is het hoog tijd dat de politiek gezondheid gaat behandelen als een investering waarvan iedereen profiteert: een gezonde maatschappij leidt immers tot een gezonde economie.
De Gezondheidsverklaring is een initiatief van de Samenwerkende Gezondheidsfondsen (SGF), een koepelorganisatie van 23 fondsen die zich inzetten voor het terugdringen van ziekten. Op haar website haalt de SGF onderzoek van het RIVM aan, waaruit blijkt dat Nederlanders al sinds de jaren tachtig steeds meer ongezonde levensjaren hebben. We worden wel ouder, maar laagopgeleide mannen brengen gemiddeld zo’n 20 jaren in minder goede gezondheid door, en bij hoogopgeleiden is dat ongeveer 13 jaar. Voor vrouwen ligt dat aantal nog hoger.
Volgens Hans Schirmbeck, voorzitter van de SGF, liggen veel oplossingen binnen handbereik: bij werkgevers, in wijken, op scholen, sportclubs en in het verenigingsleven – overal waar mensen zelf het verschil kunnen maken. Maar ook binnen de zorgsector zelf valt volgens hem nog veel winst te behalen.



